MaagDarmLever.nl

Anatomie en aandoeningen binnen het MDL-gebied.

MaagDarmLever.nl

Diagnose en behandeling van alvleesklierkanker

Het stellen van de diagnose

echo alvleesklierHet stellen van de diagnose alvleesklierkanker is niet altijd makkelijk. Vaak zijn er meerdere onderzoeken nodig. Welke dat zijn, is afhankelijk van de behandelend specialist en het ziekenhuis. Na de diagnosestelling wordt een behandeling gekozen.

Bloedonderzoek

De huisarts kan een bloedonderzoek (laten) doen als er een vermoeden is van geelzucht, een mogelijk symptoom van alvleesklierkanker. Ook kan via een bloedonderzoek suikerziekte worden aangetoond, een ander mogelijk symptoom van deze kankersoort.

CT-scan

Bij een CT-scan worden driedimensionale foto’s van organen en/of weefsels gemaakt. Doordat deze foto’s zeer gedetailleerd zijn, kan een eventuele tumor goed worden gelokaliseerd. Ook kan worden bekeken of de tumor operatief te verwijderen is. Verder kunnen uitzaaiingen aan het licht worden gebracht.

Bij een CT-scan kan gebruik worden gemaakt van een contrastvloeistof om de bloedvaten duidelijk zichtbaar te maken. Dit is nodig om te zien hoe groot de tumor is en om te kunnen bepalen of deze in andere organen is doorgegroeid.

Echografie

Bij echografie worden de organen en/of weefsels door middel van geluidsgolven op een beeldscherm zichtbaar gemaakt. Eventuele tumoren en/of uitzaaiingen worden op deze manier aan het licht gebracht. Een echografie is met name nuttig om erachter te komen of de galwegen zijn uitgezet en of er eventueel uitzaaiingen naar de lever zijn.

MRCP (magnetische resonantie cholangio-pancreaticografie)

Bij een MRCP wordt met gebruikmaking van een magnetisch veld een MRI-scan van alvleesklier en galwegen gemaakt. Vaak wordt vooraf via de arm een contrastvloeistof in de bloedbaan gespoten. Een MRCP is een goed alternatief voor een CT-scan.

ERCP (endoscopische retrograde cholangio-pancreaticografie)

Bij een ERCP wordt door middel van een endoscoop (een flexibele buis) met daaraan een kleine camera gekeken naar een afsluiting van de galwegen. De buis wordt door de mond via de maag tot in de papil van Vater ingebracht. Daarbij wordt voor een duidelijk beeld contrastvloeistof ingespoten.

Wanneer er een tumor wordt gevonden, kunnen met behulp van een klein borsteltje tumorcellen worden weggehaald voor nader onderzoek. Als de tumor de galweg afsluit, kan er een plastic buisje (een stent) worden geplaatst om de gal weer naar de dunne darm te laten vloeien. Hierdoor zal de geelzucht die het gevolg was van de blokkade verdwijnen.

Laparoscopie (kijkoperatie)

Voor een kijkoperatie kan worden gekozen als er uitzaaiingen worden vermoed. Nadat de patiënt onder algehele narcose is gebracht, worden lever en buikholte op verdacht weefsel gecontroleerd. Zo nodig wordt er wat weefsel (biopsie) weggenomen voor nadere inspectie.

De behandeling van alvleesklierkanker

Welke behandeling voor alvleesklierkanker wordt gekozen, is afhankelijk van:

  • De soort cellen waaruit de tumor bestaat
  • Het stadium van de ziekte (grootte van de tumor, eventuele doorgroei in omringend weefsel, mogelijke uitzaaiingen)
  • Hoe kwaadaardig de cellen zijn
  • De plaats van de kanker
  • Persoonlijke kenmerken (leeftijd, algehele conditie)

Curatieve of palliatieve behandeling

Afhankelijk van de ernst van de ziekte wordt bepaald of de behandeling gericht zal zijn op genezing (curatieve behandeling) of, als dat niet meer mogelijk is, op het afremmen van de ziekte en het verminderen van klachten (palliatieve behandeling).

Curatieve behandeling is bij deze agressieve kankersoort vaak niet meer mogelijk. Ook komt het voor dat tijdens de operatie blijkt dat de tumor ondanks eerdere onderzoeken in een te vergevorderd stadium is om te kunnen worden verwijderd. Ongeveer een vierde van de patiënten komt in aanmerking voor een curatief behandelplan.

Operatie

Wanneer genezing mogelijk is, vindt altijd chirurgie plaats. Meestal is dit in de vorm van een PPPD (Pylorus-preserving pancreatico duodenectomy). Hierbij wordt het volgende verwijderd:

  • Het deel van de alvleesklier waar de tumor in zit
  • De twaalfvingerige darm
  • De galblaas
  • Een deel van de galwegen
  • De lymfeklieren rondom de alvleesklier

Hoewel de lymfeklieren schoon kunnen zijn, worden ze toch verwijderd. Dit gebeurt omdat tijdens de operatie niet met zekerheid is te zeggen of ze uitzaaiingen bevatten. Bij een PPPD wordt de maag gespaard.

Wordt de maag wel (grotendeels) verwijderd, dan wordt dit een Whipple-operatie genoemd. Een nadeel hiervan is dat het voedsel sneller dan normaal in de darmen terechtkomt, wat leidt tot klachten als buikpijn, braken en diarree.

Na de operatie treden er mogelijk klachten op als een opgeblazen gevoel, misselijkheid en gewichtsverlies. Dit komt doordat de alvleesklier niet meer voldoende enzymen aanmaakt, nodig voor een goede spijsvertering. De behandelend arts kan speciale alvleesklierenzymen voorschrijven.

Chemotherapie

Voor chemotherapie wordt gekozen als genezing niet meer mogelijk is – dus als palliatieve behandeling – of als aanvullende behandeling voor of na een operatie. In het eerste geval zal de chemo de ziekte slechts tijdelijk afremmen.

Tijdens de kuur krijgt de patiënt zogenaamde cytostatica toegediend: celdodende of celdelingremmende medicijnen. Deze zijn in staat de kwaadaardige cellen via het bloed te vernietigen. Omdat cytostatica daarnaast ook gezonde cellen aanpakken, hebben ze een aantal bijwerkingen, waaronder haaruitval, misselijkheid en vermoeidheid.

Radiotherapie (bestraling)

Bestraling wordt meestal toegepast om de pijn te verminderen die wordt veroorzaakt door de tumor zelf of door uitzaaiingen. Een mogelijke bijkomstigheid is dat de tumor kleiner wordt. Radiotherapie is een plaatselijke behandeling waarbij de gezonde cellen zo veel mogelijk worden gespaard. Een veelvoorkomende bijwerking van bestraling is vermoeidheid.