MaagDarmLever.nl

Anatomie en aandoeningen binnen het MDL-gebied.

MaagDarmLever.nl

Chronische pancreatitis (alvleesklierontsteking)

chronische pancreatitis De alvleesklier produceert spijsverteringsenzymen. Deze worden via buisjes naar de dunne darm geleid, alwaar zij geactiveerd worden hun werk gaan doen. Er zijn twee soorten alvleesklierontsteking; acute pancreatitis en chronische pancreatitis.

Onderscheid acute en chronische pancreatitis

Bij acute alvleesklierontsteking (ook wel pancreatitis genoemd) worden de spijsverteringsenzymen al in de alvleesklier zelf geactiveerd. Daardoor gaan de enzymen niet het voedsel verteren, maar de alvleesklier zelf! Het weefsel van de alvleesklier wordt langzaam maar zeker door haar eigen product ‘opgegeten’. Acute alvleesklierontsteking geneest of vanzelf of is meestal goed te behandelen. Na een paar dagen tot ongeveer 6 weken is de ontsteking dan verdwenen en zijn de problemen opgelost.

Overgang naar chronische alvleesklierontsteking

Als de acute alvleesklierontsteking echter niet geneest, gaat de ontsteking over in chronische alvleesklierontsteking (chronische pancreatitis). Er ontstaat dan verlittekening van de alvleesklier en de functie van de alvleesklier kan worden aangetast, waardoor er tekorten aan spijsverteringsenzymen kunnen optreden en er kan dan ook suikerziekte ontstaan.

Zie voor de respectievelijke pagina’s voor meer informatie over de alvleesklier en over acute alvleesklierontsteking.

Chronische alvleesklierontsteking is niet te genezen en gaat steeds verder. De ontsteking wordt steeds erger en alvleesklierweefsel verdwijnt. In plaats daarvan komt er littekenweefsel te zitten. Hierdoor kan de afvoergang vanuit de alvleesklier naar de dunne darm vernauwen of zelfs verstopt raken. Als de afvoer van alvleeskliersap wordt gehinderd, gaat de alvleesklier opzetten, wat veel pijn veroorzaakt.

Omdat de alvleesklier veel overcapaciteit heeft, kan het lang duren voor er een merkbaar functieverlies optreedt. Wanneer zo’n 90% van de alvleesklier is aangetast zullen meestal pas klachten ontstaan als gevolg van de verminderde functie.

Chronische alvleesklierontsteking is een ernstige aandoening en 15% á 20% van de patiënten overlijdt uiteindelijk aan de vele complicaties.

De klachten bij chronische alvleesklierontsteking

Het verloop van de ziekte is wisselend. Rustige perioden en perioden met veel klachten wisselen elkaar af.

In de eerste paar jaar van de ziekte is hevige buikpijn de meest voorkomende klacht. Dit is vooral bij jonge patiënten het geval. De pijn kan continu aanwezig zijn, maar ook tijdelijk veel erger zijn. De pijn zit vooral links in het midden van de bovenbuik en kan uitstralen naar de linkerzij, de linkerschouder en naar de rug.

Patiënten hebben de neiging om voorovergebogen te gaan zitten, met de knieën opgetrokken tegen de borst. Door deze houding wordt de druk op de buik minder en daardoor neemt de pijn (iets) af.

Andere klachten zijn weinig eetlust, misselijkheid en braken. Deze klachten verergeren na de maaltijd.

Na verloop van jaren neemt het aantal spijsverteringsenzymen dat de alvleesklier produceert, af. Daardoor wordt het vet minder goed verteerd en kan er vetdiarree ontstaan. Hierdoor kunnen er tekorten ontstaan aan vitamines. Dit leidt samen met de angst voor pijn tijdens het eten, tot vermagering.

In veel gevallen ontstaat er na verloop van jaren ook suikerziekte. Dit komt doordat de alvleesklier ook minder insuline gaat aanmaken.

De hevige pijn kan na 10 tot 15 jaar helemaal verdwijnen, doordat het alvleesklierweefsel dan voor een groot deel verloren is gegaan. Veel patiënten blijven last van pijn houden, juist omdat ze zo lang pijn hebben gehad. De zenuwen blijven dan pijn doorgeven, ook al zijn de zenuwbanen in de alvleesklier verdwenen.

Complicaties van chronische pancreatitis

Als complicatie van chronische alvleesklierontsteking kan er galstuwing ontstaan (cholestase). De opgezwollen en ontstoken kop van de alvleesklier kan namelijk de afvoergang van de galblaas dichtdrukken. Daardoor kan de galvloeistof niet vrij afvloeien naar de dunne darm. Hierdoor ontstaat er ‘geelzucht’ en worden het oogwit en de huid geelkleurig. Op den duur kan dit leiden tot een ernstige leverbeschadiging (levercirrose).

Bij sommige patiënten ontstaan er pseudocysten. Dit zijn duidelijk omgrensde holtes waar vocht in zit. Afhankelijk van de grootte kunnen er klachten als misselijkheid, braken en pijn optreden. De pseudocyste kan namelijk de maag en/of de darm dichtdrukken. Ook kan er galstuwing ontstaan als een pseudocyste de uitgang van de galblaas dichtdrukt.

Kleinere pseudocysten verdwijnen vaak vanzelf, maar grotere die overlast geven worden meestal via een endoscopische of chirurgische ingreep verwijderd.

De oorzaak van chronische alvleesklierontsteking

Bij één op de vijf gevallen is er sprake van langdurig alcoholmisbruik. De alvleesklierontsteking gaat in dat geval vaak samen met een leververvetting, leverontsteking en een verhoogd gehalte van leverenzymen in het bloed.

In de overige gevallen kan er sprake zijn van o.a. erfelijke aanleg, herhaalde aanvallen van acute alvleesklierontsteking, een stofwisselingsziekte en langdurige belemmering van de afvoer van alvleeskliersap. Maar het hoeft niet altijd bekend te zijn wat de oorzaak is.

Het stellen van de diagnose chronische alvleesklierontsteking

De klachten zijn voor een (huis)arts vaak niet typisch genoeg om een chronische alvleesklierontsteking te diagnosticeren. Er is dan aanvullend onderzoek nodig om de juiste diagnose te kunnen stellen.

Mogelijke onderzoeken zijn:

  • Bloedonderzoek
  • Het meten van de productie van alvleesklier-enzymen
  • Röntgenopnamen
  • Echografie
  • Inwendige echografie
  • CT-scan
  • MRI

Behandeling van chronische alvleesklierontsteking

De behandeling van chronische alvleesklierontsteking is in eerste instantie gericht op het wegnemen van de oorzaak. Bijvoorbeeld stoppen met alcohol drinken, een stofwisselingsziekte behandelen of de belemmering in de afvoer van alvleeskliersap wegnemen.

Naast het wegnemen van de oorzaak, is pijnbestrijding een belangrijk onderdeel van de behandeling. In eerste instantie zullen er pijnstillers voorgeschreven worden die uiteenlopen van paracetamol tot morfine.

Soms zijn er behandelingsmogelijkheden middels (endoscopische) chirurgie. Of een ingreep mogelijk is en wat het te verwachten resultaat is, hangt af van de bevindingen bij beeldvormend onderzoek zoals een CT-scan en een MRI-scan. Hierbij wordt vooral gekeken naar een eventuele verwijding van de alvleesklierbuis en de aanwezigheid van een actieve ontsteking in de kop of staart van de alvleesklier.

Voor het verwijden van de alvleesklierbuis kunnen er plastic buisjes geplaatst worden in de alvleesklierbuis of er kan een hele nieuwe verbinding aangelegd worden tussen de alvleesklier en de darm. Als er sprake is van grote stenen in de alvleesklierbuis, geeft het maken van een hele nieuwe verbinding het beste resultaat. Ongeveer 75% van de patiënten heeft na de behandeling minder pijnklachten.

Bij een actieve ontsteking in kop of staart van de alvleesklier, kan het aangedane deel van de alvleesklier verwijderd worden. Volledige verwijdering gebeurt maar zelden. Er ontstaat dan namelijk een vorm van suikerziekte die erg moeilijk met insuline in te stellen (te controleren) is.

Bij zeer ernstige, onbehandelbare pijnklachten wordt er soms een ‘zenuw-blok’ gezet. Dit leek een tijdje het ‘ei van Columbus’, maar helaas komt de pijn na kortere of langere tijd vaak weer terug.