Behandeling van dikkedarmkanker
De behandeling van dikkedarmkanker hangt sterk af van de grootte en de plaats van de tumor in de dikke darm. Ook is het van belang of de tumor door de darmwand is heen gegroeid en of er uitzaaiingen zijn.
Operatief ingrijpen
Een operatie wordt het vaakst toegepast. Hierbij wordt alleen de tumor, een deel van de darm of de gehele dikke darm verwijderd. Dit is afhankelijk van het aantal gezwellen en de omvang van de gezwellen.
Bij een tumor in de dikke darm wordt het gezwel zelf weggehaald en meestal ook aan beide kanten van het gezwel een stuk gezond weefsel en een deel van het lymfestelsel. Daarna worden de resterende darmuiteinden aan elkaar vastgemaakt. Dit wordt een anastomose genoemd.
Als de hele dikke darm wordt verwijderd, wordt er meestal een stoma aangebracht. Dit is een klein zakje dat op de buik wordt gedragen. Via een kunstmatige darmuitgang in de buik, loopt de ontlasting direct het zakje in.
Soms kan na verloop van tijd de stoma worden vervangen door een soort zakje dat in het lichaam tussen de anus en de dunne darm wordt aangebracht. Dat zakje (pouch genoemd) gaat dan als een soort endeldarm fungeren.
Radiotherapie (bestraling)
Radiotherapie wordt alleen toegepast bij tumoren in de endeldarm. Hierbij worden de kankercellen en de omliggende gezonde cellen beschadigd. De kankercellen herstellen zich in principe niet en gaan dood. De gezonde cellen herstellen zich meestal wel.
Radiotherapie wordt meestal voorafgaand aan een operatie toegepast, om de tumor kleiner te maken. De operatie wordt dan makkelijker en krijgt een grotere kans op succes.
Chemotherapie
Bij een chemokuur worden kankerremmende medicijnen toegediend. Deze zijn met name bedoeld om uitgezaaide kankercellen aan te pakken. Chemotherapie remt de celdeling van kankercellen.
Chemotherapie wordt vaak toegepast omdat het als zinvolle aanvulling wordt gezien voor patiėnten met uitzaaiingen in de lymfeklieren, vlakbij de tumor.
