Behandeling van slokdarmkanker
Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek van de artsen en de precieze diagnose, zal een bepaalde behandeling gekozen worden. Als het kan zal er geprobeerd worden om u curatief te behandelen (“ter genezing”) waarbij de tumor helemaal verwijderd wordt en u na de operatie kanker-vrij bent. Dit is mogelijk als de tumor in een vrij vroeg stadium ontdekt wordt.
Is de ziekte al in een vergevorderd stadium, dan is volledige genezing vaak niet meer mogelijk. Er wordt dan een palliatieve behandeling gestart: een behandeling om de ziekte zoveel mogelijk af te remmen en de klachten zoveel mogelijk te verminderen.
De behandelingen die gericht zijn op volledige genezing zijn:
- bestraling (radiotherapie)
- chemotherapie
- operatieve ingreep
De behandelingen die gericht zijn op klachtenvermindering en onderdrukking van het ziekteproces zijn:
- (inwendige) bestraling
- chemotherapie
- plaatsen van een stent (buisje) door de tumor waardoor speeksel en voeding weer kunnen passeren
De verschillende behandelingen nader beschreven
Bestraling (radiotherapie)
Bij bestraling worden kankercellen vernietigd met straling. Deze bestraling wordt zo goed mogelijk op de tumor gericht, waardoor er zo min mogelijk gezonde cellen om de tumor heen geraakt worden. Er zijn twee vormen van bestraling: inwendige en uitwendige.
Bij inwendige bestraling wordt de tumor van binnenuit bestraald met een radioactieve stof, die via een slangetje direct in de slokdarm wordt gebracht. De bestraling kan enkele minuten tot een uur duren, afhankelijk van de dosis straling die de radiotherapeut nodig acht voor de behandeling.
Bij uitwendige bestraling wordt de straling van buitenaf op de tumor gericht. Deze behandeling duurt een paar minuten en wordt 4 á 5 keer herhaald. Ook hierbij hangt het aantal keren en bestralen en de duur per keer, af van het oordeel van de radiotherapeut.
Zoals geschreven worden niet alleen de kankercellen bestraald en vernietigd, maar ook gezonde cellen daar omheen. Dit kan bijwerkingen geven zoals misselijkheid, pijnlijke keel, pijnlijke slokdarm en vermoeidheid. Ook kan het slikken na de bestraling tijdelijk moeilijker gaan, door irritatie van het slijmvlies.
Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling met medicijnen. Het doel is om de groei van kankercellen af te remmen. Deze medicijnen (de zogenaamde cytostatica) doen dat door de groei van sneldelende cellen af te remmen. Kankercellen zijn sneldelende cellen en worden dus beïnvloed door de chemotherapie.
Chemotherapie heeft verschillende mogelijke bijwerkingen, zoals kaalheid, vermoeidheid, misselijkheid en aften in de mond (zie mondslijmvliesontsteking).
De toediening van de medicijnen is meestal via een infuus. De duur en frequentie van de behandeling is afhankelijk van het behandelplan.
Operatieve ingreep
Als uit het onderzoek blijkt dat de tumor hoogstwaarschijnlijk niet door de slokdarmwand heen is gegroeid en niet is uitgezaaid naar andere organen, dan kan er een operatieve ingreep worden gedaan. Helaas is dit vooraf niet altijd met zekerheid vast te stellen en daardoor kan het gebeuren dat de arts de tumor gaat verwijderen, maar dat tijdens de operatie blijkt dat de tumor tóch door de wand van de slokdarm heen is gegroeid of dat er tóch uitzaaiingen zijn. Er kan dan besloten worden om niet verder te opereren.
Voor de operatie moet u in een redelijke tot goede conditie zijn. Mocht u moeite hebben met eten en daardoor te weinig voedsel binnenkrijgen, dan krijgt u via een sonde kunstmatige voeding toegediend. De sonde is een dun slangetje dat in de maag of darmen wordt gebracht. Ook kunnen er voedingsstoffen rechtstreeks in een ader worden toegediend.
Tijdens de operatie wordt de tumor weggehaald met een deel van het omliggende weefsel. Ook de nabijliggende lymfeklieren worden verwijderd. Nadat het stuk slokdarm waar de tumor in zit is verwijderd, wordt het overgebleven stuk slokdarm weer met de maag verbonden.
Na de operatie wordt de patiënt meestal enkele dagen op de intensive care verpleegd, waarna verder herstel op de verpleegafdeling zal plaatsvinden. Om de wonden en littekens de gelegenheid te geven goed te genezen, wordt de eerste tijd sondevoeding toegediend via een opening in de buikwand, of via een voedingsinfuus. Na verloop van tijd gaat u over op vloeibare voeding en uiteindelijk weer op vaste voeding.
Endoprothese
Bij deze behandeling wordt er een stent (buisje) in de slokdarm geplaatst, waar het voedsel doorheen kan. De behandeling gebeurt door middel van een endoscopie (zie hierboven).
Lees verder over de gevolgen na de operatie.
