MaagDarmLever.nl

Anatomie en aandoeningen binnen het MDL-gebied.

MaagDarmLever.nl

Coeliakie (glutenallergie)

Coeliakie is een aandoening aan de dunne darm, waarbij de binnenkant van de dunne darm beschadigd wordt als deze in aanraking komt met gluten. Gluten zijn een eiwit dat voorkomt in rogge, haver, tarwe, gerst en spelt. Coeliakie wordt daarom ook wel glutenintolerantie of glutenallergie genoemd.

Coeliakie

Ontstoken darmvlokken

In de dunne darm worden de voedingsstoffen uit de voeding gehaald en opgenomen in het bloed. De binnenkant van de dunne darm is bekleed met de darmvlokken. Deze darmvlokken zijn noodzakelijk voor de opname van voedingsstoffen uit de voedselbrij. Bij mensen met coeliakie raken deze darmvlokken ontstoken en uiteindelijk beschadigd als ze in aanraking komen met gluten.

Te weinig voedingsstoffen opgenomen

Op den duur kunnen er zoveel darmvlokken beschadigd raken en verdwijnen, dat de dunne darm haar functie in de spijsvertering niet meer goed kan uitoefenen: er worden te weinig voedingsstoffen opgenomen uit het voedsel. Het gevolg is gewichtsverlies en een tekort aan vitaminen en mineralen.

In Nederland hebben ongeveer 75.000 mensen coeliakie, maar mogelijk zijn er nog veel meer patiënten. De verhouding vrouw/man is 2:1.

Klachten coeliakie

Coeliakie ontstaat vaak al op jonge leeftijd en daarom kunnen kleine kinderen vanaf 7 tot 8 maanden al klachten ontwikkelen. Dit zijn meestal een opgezette buik, overgeven, diarree, weinig eetlust, achterblijven in de groei, veel huilen, dunne armen en benen of ondergewicht. Ook de ontlasting stinkt vaak en is vettig en schuimend.

Volwassenen hebben meestal algemenere klachten: diarree, gewichtsverlies, bloedarmoede, humeurigheid, vermoeidheid en een algeheel ziek gevoel. Ook obstipatie is soms een klacht. De klachten verschillen van persoon van persoon, zeker in intensiteit. Sommige coeliakie-patiënten hebben nauwelijks klachten.

De oorzaak van coeliakie is niet bekend. Erfelijkheid speelt een rol: de kinderen van ouders met coeliakie hebben een 5 tot 10% grotere kans op het ontwikkelen van coeliakie, dan kinderen van ouders zonder coeliakie.

Diagnose coeliakie

Als vermoed wordt dat u coeliakie heeft, zal de arts bloed afnemen en dit laten onderzoeken. Als er coeliakie-antistoffen worden gevonden in het bloed, is er waarschijnlijk sprake van coeliakie.

De diagnose coeliakie kan pas met zekerheid gesteld worden, na onderzoek van de darmwand. Daarvoor zal de arts een klein stukje van de darm wegnemen (een biopt). Dit gebeurt via een endoscopie. Hierbij wordt een dunne, flexibele slang met aan het uiteinde een cameraatje, een lampje en een grijpertje via de mond, de slokdarm en de maag in de dunne darm geschoven. Met het grijpertje wordt vervolgens een klein stukje weefsel weggehaald. Zie verder het onderwerp gastroscopie.

In het laboratorium wordt het stukje weefsel uit de darmen onderzocht. Hierna kan met zekerheid gezegd worden of er sprake is van coeliakie.

Behandeling coeliakie

De behandeling voor coeliakie is het volgen van een dieet. Als u consequent glutenvrij eet, zullen de klachten langzaam verdwijnen. De dunne darm kan zich na 6 tot 12 maanden geheel hersteld hebben.

Als u verzwakt bent en bloedarmoede hebt, zullen er ijzerpillen en vitaminen en mineralen voorgeschreven worden om aan te sterken.

Glutenvrij eten

Meestal verwijst de arts door naar een diëtist om het glutenvrije dieet te bespreken. Gewoon brood mag bijvoorbeeld niet meer en ook geen voedingsmiddelen meer waarin tarwe, haver, rogge, gerst of spelt is verwerkt. Gluten worden ook vaak als bindmiddel gebruikt, waardoor u ook geen vruchtenyoghurt, rookworst, kauwgom of kant-en-klare sausjes meer mag eten. Zelfs de kleinste hoeveelheid gluten moet worden vermeden.

Wat kun je zelf doen bij coeliakie

Het enige dat u zelf kunt doen, is levenslang glutenvrij eten. Het is niet makkelijk, maar het is of glutenvrij eten, of ziek zijn. Zodra u stopt met het eten van gluten, zult u zich al snel beter gaan voelen.

Als coeliakie niet onder controle wordt gehouden, kan dit op lange termijn leiden tot botontkalking, onvruchtbaarheid en een verhoogd risico op maagkanker en darmkanker.